Scootmobielweken Alblasserdam

Acht weken lang toert de scootmobielclub uit Alblasserdam door de omgeving van Alblasserdam. “We genieten met volle teugen. Het is prachtig om rond te rijden in de natuur”, zo laat de organisatie weten.

De helft van de tocht van ongeveer 30 kilometer zit er inmiddels op. Deze week voert het uitje naar het Alblasserbos, halverwege Papendrecht en Wijngaarden. Zo’n anderhalf uur nadat bij de Alblashof het startsein werd gegeven, strijken 25 scootmobielers en 6 begeleiders neer bij het streeknatuurcentrum. De uitbater zorgt voor koffie en thee. De appelpunten met slagroom volgen snel. „Dit is toch altijd zo’n mooi plekje”, zeggen de Alblasserdammers genietend.

„We houden de scootmobielweken voor het achtste jaar en de belangstelling groeit nog steeds”, zegt Martha Klok van de Gehandicapten Adviesraad Alblasserdam. „Het eerste jaar hadden we slechts 6 deelnemers, inmiddels zijn dat er 25. Meer kunnen er helaas niet mee; we moeten de veiligheid in de gaten houden en als de groep te groot wordt, verlies je het overzicht. De belangstelling is erg groot; we hebben zelfs een wachtlijst.”

De coördinator van het project schotelt ‘haar’ club in de zomermaanden elke donderdag­middag een nieuwe route voor. „Acht weken de natuur in; naar Wijngaarden, Ridderkerk, Kinderdijk, het Loetbos in Lekker­kerk en we gaan ook altijd een middag naar de Biesbosch. Zo veel mogelijk in de natuur. We kiezen binnenweggetjes; die zijn het mooist.

Volgens Klok laten de deel­nemers zelden of nooit verstek gaan. „Vorige week kwam een vrouw te laat. Ze was in slaap gevallen en haar man had haar niet op tijd wakker gemaakt. Ze was in tranen.” Of er wel eens ongelukken gebeuren? „Nee, die hebben we nog nauwelijks meegemaakt. Nou ja, er botsen er wel eens twee op elkaar als ze niet op zitten te letten, maar daar blijft het dan ook bij. En ongunstig weer hebben we ook bijna nooit. In al die jaren hebben we de tocht slechts één keer moeten afgelasten wegens noodweer. Ook hebben we eens bij een boer moeten schuilen voor een plensbui.”

We zoeken halverwege een rustplaats die toegankelijk is voor mensen met een beperking en we regelen de vrijwilligers. Er gaan een EHBO’er mee, een verkeersbrigadier en een aantal begeleiders. Als een scootmobiel het niet meer doet, worden de accu’s omgewisseld. We hebben altijd een reserve scootmobiel bij ons.”

De stemming op het terras zit er goed in. „Dit is haast nog gezelliger dan het rijden zelf. Dan kunnen we niet met elkaar praten. Daarom zingen we maar onderweg.” De deel­nemers benadrukken het belang van de gezamenlijke uitstapjes. „Alleen durf je zo’n tocht niet aan. Samen staan we sterk. We kijken er de hele week naar uit. Jammer dat het half augustus alweer stopt. Acht weken is eigenlijk te weinig.”